Gelegenheidsgedichten

Eens in de zoveel tijd publiceer ik een gelegenheidsgedicht. Hieronder enkele voorbeelden.

boek letters Belcampo

  • Herinnering aan David, bij de begrafenis van David Dabekaussen
  • Het Tuinfeest, bij de bruiloft van Jelte Posthumus en Laura Darlington
  • Nachtwacht, bij het 16e jubileum van reclamebureau N8w8
  • De Bever, bij het 166e jubileum van The Raven van Edgar Allan Poe
  • Edith en de Topman, een bewerking van Edith and the Kingpin van Joni Mitchell
  • Voor Jeff Buckley, bij zijn 45e verjaardag, 17 november 2011

Herinnering aan David

Denkend aan David
zie ik brede stromen puike tille opwaarts gaan,
rijen ondenkbaar dankbare mensen
als wuivende bomen
aan de kant van de weg staan;
en in de piano verzonken
zijn toetsen, zijn noten,
zijn mensen verspreid door het land,
beleggingen, gadgets,
fijne spiritualiën,
gimmicks en strapatsen
in een groots verband.

we dansen gestaag
in een ontwikkeling van veelkleurige disciplines
op een dun, langgestrekt koord,

en in alle contreien
wordt hij terdege gemist – we zetten het voort!

vrij naar H. Marsman

—

Het Tuinfeest

De augustus-avond opent een hoog licht
Met de beleggers en rondom het kleine
Verlichte podium op het gras verfijnen
De bevers langzaam hun onderlinge plicht.

Bruid en Gom, eenzelvige rebellen,
Nu voor ‘t leven aan elkaar gericht,
Brengen ons op deze dag bericht
Van een gelukverhaal om te vertellen.

Hier, in ‘t Vaderland, gaan reeds lied,
En vers, en film en schilderij,
Nacht’lijk over het weiland uitwaaien -

Wij zingen ‘t glimmend bruidspaar toe,
Zij lachen, kussen in hun toverij
En gaan nu hun sublieme liefde zaaien.

vrij naar M. Nijhoff

—

Nachtwacht

Ik open de deur en stap de Doelen binnen,
Ik zie de grote werken van weleer
Hangen aan de wand.  Menigeen begeert
Hier excellente wijze raad te winnen.

Van trend en traditie kunnen wij veel ontginnen.
De hedendaagse klauwenier verlicht,
Vergrootglas en tablet ter hand
En bouwt campagnes voor de zinnen.

Verf en vlek verdichten zich tot punt.
Reeds zestien jaren liefde, passie en beleving,
Jacht naar kwaliteit en topsport voor het brein.

Kom erin en vier met ons de dag
Waarop de nacht het langst op zich laat wachten.
En laat ons Nachtwakers van ambacht zijn.

vrij naar J.C. Bloem

 

—

De Bever

’s Nachts, diep verzonken in mijn peinzen over ‘t leven
het was herfst – de bomen vrijwel kaal,
ik voelde ‘n natuurlijke gang inwaarts.
De dagen korten, de nachten lengen,
als het licht dimt, keert de blik naar binnen.

Zo zat ik, het aangezicht begraven in mijn handen,
met mijn vele schrammen,
mijmerend over hoe we toch een glans kunnen geven
aan de dingen om ons heen.
‘t Leven komt mij vaak zo hoop- en troost’loos voor
dat ik soms geen moed meer voel om door te gaan.

‘k Zat zo eventjes te dralen
met een boek op schoot -
‘k liet mijn gedachten gaan over grote artiesten van weleer
die met hunne kunsten ons kunnen opbeuren
als we weer gezonken zijn
in donk’re sfeer.

Ik hoorde daar iets ritselen – Iets ritselt in de tuin
Ik dacht: ‘t zal wel ‘n late trekvogel zijn,
die de laatste besjes van de struiken eet
en ineens viel daar een boom neer.

Ik sprong verschrikt daarop uit mijn stoel omhoog
Wat is dat toch?
Wat is dat knagen aan mijn deur?

Ik wilde juist het venster openen
en daar kwam – als was het de gewoonste zaak
een bever binnenlopen

Hij dribbelde naar binnen
en ging parmantig zitten naast mijn kamerdeur
Sloeg met de staart op de deurmat – pets! pets!

Hij had een takje in de bek
waarmee hij zeggen wilde: “Ook jij kunt bouwen aan een dam”
Ik dacht: Laat dit dan ook een omen zijn -
kom, ik zet mij op mijn zetel neer en knaag aan deze stam.

Ik vroeg: “Jij edel knaagdier, komt ge mij vertellen…
Hoe wij mensen in ons lijden
hoe wij telkens weer vermijden
dat wij tóch een zin kunnen ruiken in dit aards bestaan?”
Sprak de bever: “Zeker zeer.”

Oh! Zoiets had ik nog nooit gedroomd:
Zulk een prachtig, noest en edel dier,
dat mij toespreekt in zó’n reine bas
Ik keek eens op ‘t etiket van mijn fles Single Malt -
Wist ik zeker dat het dát niet was?

Deze godendrank Nepenthe
die ons neerwaarts druppelend vanaf een hoger sfeer
de monden ingedragen wordt
Wij, opgevoerd naar hoger sfeer
zijn de kunsten, zeer vereerd.

De bever streek zijn vacht nu recht
alsof hij er eens goed voor ging zitten.
Alsof er nu een ogenblijk was aangebroken
dat ik nooit meer zal vergeten,
Ik wist: nu kom ik grote dingen te weten.

Zijn het schrijvers? Die ons in ons lijden steunen?
Die met hunne verzen ons gemoed opbeuren,
en ons dagelijks doen oprijzen uit onze stoelen
om de buitenwereld ‘t hoofd te bieden?
Sprak de bever: “Inderdaad.”

En de beelden, de schilderingen, de gebouwen
De ontwerpen en geëtste vrouwen…
De musea die volhangen met schoon aanblik
Fotografen ook, die vertellen van hun schik?
Zijn ook zij in staat ons op te tillen?
Sprak de bever: “Natuurlijk.”

Hoe kunnen dan de zangers, componisten,
Zij die met hun noten twisten
Toondichters en instrumentalisten
Met hun gouden klanken onze oren zalven keer op keer
Riep de bever: “Smaakt naar meer!”

Bever! Ga jij mij hier daden stellen?
En mij nu vertellen dat Minerva ons komt redden?
troost en schoonheid brengen in dit aards bestaan?

Weet jij nu van levensvreugde?
Weet jij wat ons mensen roert?
Weet jij wat ons door de donk’re dagen voert?
Weet jij van een goede, schone, lang vergeten leer?
Sprak de bever: “Dat, en meer.”

Oh! Jij bever! Jij machtig en uitzonderlijk dier!
Jij, die hier mij mijn toekomst komt voorspellen,
Weet ik nu, nu ik aan ‘t hemelse rook?
Weet ik nu van alles meer?
Sprak de bever: “Zo is ‘t ook.”

En de bever, zonder wijken
Zit nog altijd naast mijn kamerdeur te prijken
En zijn ogen flonk’ren met een geestdrift
Die men heden nog maar zelden ziet
En mijn ziel voelt zich als wederboren, vrij van schroom,
telkens als ik hem hoor knagen aan mijn boom.

vrij naar Edgar Allan Poe
met dank aan Lolle Wijnja en Youri Sepp

—

Edith en de Topman

Het hoofd komt eraan
Opgewacht en begroet door agenten en dansers
Kleine stad, grote man – lippenstift glinstert vers

Houterige swing
van typemachineslachtoffers
De band klinkt als een typemachien
De topman luistert niet

Hij kijkt naar Edith, zijn hand grijpt in de ander
Wat wil die hand toch zoo?
Hij klampt zich zo hard vast

Edith in de ring,
vrije meiden bieden zich aan
De man met de diamantring fluistert
Alle geschut valt neer

Eén voor één vertellen ze haar zijn overwinningen,
zijn misdaden en veroveringen
In twist kijken zij voort

Zijn vrouwen worden eerder oud
Hij duwt hun vermoeide gezichten zachtjes aan de lepel

(solo)

Edith en de topman, elk met hunne charmes
staan daar oog in oog,
ze kijken niet graag weg

vrij naar Joni Mitchell

—

Voor Jeff Buckley

(bij zijn 45e verjaardag, 17 november 2011)

Je kunt vijftig gracieuze minuten van je leven
besteden aan muzikale hartstocht,

Je kunt naar Memphis gaan en huilen in de Mississippi,

Je kunt Andy Wallace bellen en vragen:
“Hoe klonk het nu echt?”

Je kunt je haar tot koolzwart lint schilderen.

Maar wat je niet kunt, wat je nooit meer kunt:
hem omhelzen, een zoen op de wang,
en ‘m in z’n oor fluisteren: bedankt.

 

Zie ook mijn eerdere blogverhaaltje over Zielverkoop

—

Alle teksten: (c) Maarten Bronts. Niets uit deze verzen mag zonder voorafgaande schriftelijke toestemming worden overgenomen.

Extra's

Inhoudsopgave

  • Sticky content
  • Huisstijltaalkunde
  • Copy zoekt Art
  • Gelegenheidsgedichten
  • Aanbevelingen
  • Woorden uit de Sjerp
  • Nieuwsarchief

Maaf

Uit De Encyclopedie van Battus: allergenoeglijkst warm plekje in ruimte aan het voeteneinde in dekens en lakens des ochtends.

Contact

  • Maarten Bronts
  • Groningen, Nederland
  • E-mail: info@studiobronts.com
  • Twitter: StudioBronts

Menu

  • Profiel
  • Projecten
  • Blog
  • Contact

U bent op pagina 346

¶ Gelegenheidsgedichten. StudioBronts.com: tekstontwerp, taaladvies, sticky content etc.