Blog

From Australia with Love

30 juni 2010

Het eerste soloalbum van Ben Folds: Rockin’ the Suburbs

Ben Folds heeft een nieuw album uit. Deze held rockte eerder door de buitenwijken van Chapel Hill, NC met zijn mannetjes van Ben Folds Five. Ze waren een pop/rocktrio met een piano in plaats van een gitaar en maakten zowel melancholische, rustige liedjes als ruig beukwerk, waarin bruut tegen de Baldwin vleugel aangeramd werd. Vanaf het moment dat ik de videoclip The Battle of Who Could Care Less zag, kon ik ze niet meer loslaten en heb ik op de dolle pof een plaat van ze gekocht. Achteraf gezien een schot in de roos.

Drummer Darren Jessee en bassist Robert Sledge zorgden voor veel input aan muzikale ideeën en bepaalden voor een groot deel het totaalgeluid van de band. Ik vroeg me destijds wel eens af hoe de ratio tussen bassist/drummer en Ben Folds lag. Hij schreef de meeste nummers, deed leadzang en piano, maar in hoeverre was hij Ben Folds Five?
Het antwoord ligt nu hier.

Niet lang na het derde ‘echte’ studio-album The Unauthorized Biography of Reinhold Messner (’99) ging Ben Folds Five uit elkaar. Het was gebeurd. Naar eigen zeggen begonnen muzikale opvattingen uiteen te lopen, Mr. Ben zelf was in Australië gaan wonen en het hoogtepunt was bereikt. Er ligt dan ook een flinke kloof tussen het tweede album Whatever and Ever Amen (’97) en het laatste. Ging Whatever and Ever Amen nog op sublieme wijze door op de gezette toon van het titelloze debuut uit ’95, Messner is zijn tijd nog steeds vooruit. Voor het eerst werd hierop ook afgeweken van de akoestische piano en waren compositorische en productionele hoogstandjes te horen. Tja, hoe nu verder? In welke richting? Uiteen dus, en alleen verder.

Ben Folds lifts piano

Bij beluistering van Rockin’ the Suburbs valt op: Folds heeft niet stilgezeten in Down Under en speelt op alles dat los en vast zit. Op een aantal gastoptredens na bespeelt hij alle instrumenten zelf op dit album. Hoewel de sound van de Five redelijk is behouden, mis ik wel het virtuoze drum- en baswerk van Jessee en Sledge. Om maar helemaal niet te spreken van de warme vocale bijstand van deze heren, die de term ’Five’ zo geldig maakten. Wél toont Ben Folds zich als vanouds een meester van de Hogere Akkoordprogressiekunde (dank aan Jaap Warmenhoven), en verwerkt dit met verve in zijn eigen ijzersterke songs. “Eén van de origineelste en puurste popmusici van zijn generatie,” las ik in People & Music. Poeh! Het is even wennen, en ik mis ook wel de ballads (gelukkig is er Carrying Cathy), maar het heldendom van deze man blijft zeker behouden.

Het cd-boekje is sober vormgegeven: slechts wit-op-zwarte teksten in een schreefloos lettertype en in totaal drie foto’s. Ben Folds heeft zijn endorsement voor Baldwin piano’s behouden, zijn absolute lieverdje waarmee hij al die Five tours heeft gespeeld. En toen ik Alicia Keys bij America: a Tribute to Heroes hoorde spelen op háár Baldwin, besefte ik pas goed wat een uniek geluid zo’n ding heeft. Met zó’n babyvleugel kan vrijwel iedereen de buitenwijken doen rocken.

Dit artikel verscheen eerder in Cantecleer in 2001

De Grote 4

In de wereld van de versterking van contrabas- en basgitaargeluiden is het de laatste twintig jaar steeds aangenamer geworden. Vroeger konden bassisten slechts een zompig en ongedefiniëerd gezoem voortbrengen, waar zij eigenlijk een mooie, heldere toon bedoelden. Buizen en luidsprekers konden dat toen simpelweg niet accuraat weergeven. U moet weten, beste lezer, dat er heel wat bij komt kijken om lage tonen op een mooie manier te reproduceren. En als dat ook nog eens voldoende luid moet, om met een stevig meppende drummer te kunnen wedijveren, zijn de rapen helemaal gaar.

Hoe lager de toon, hoe meer vermogen (in Watts) Bronts bass think different klein er voor nodig is om dezelfde geluidsdruk te produceren. Dit geldt onverminderd voor huiskamer-hifi-weergave en professionele podiumsystemen (de zogenaamde PA, of public address). Daarom staan er bij grote concerten en festivals altijd van die enorme zwarte koelkasten te blazen. Overigens mag dat wat mij betreft wel wat minder, maar dat is een ander blogartikel.
De veeleisende bassist wil, behalve voldoende vermogen, ook nog eens een scherpe definitie en een ongekleurde, eerlijke, natuurlijke weergave. Om dit te kunnen bereiken, moet zo’n eindversterker deze pieken niet alleen moeiteloos kunnen leveren (vermogen), maar de luidspreker moet het ook onvervormd kunnen weergeven (belastbaarheid).

Naast de vaderlandse Hevos en Vanderkley onderscheid ik de Grote 4 van Basversterkingsmerken:

  • Gallien-Krueger (populair bij contrabassisten)
  • Glockenklang (Duitsers kennen ook de uitdrukking ‘klinkt als een klok’)
  • EBS (Zweeds hout en staal)
  • Aguilar (Amerikaanse glimmende tonen)

Vergeet dus de subtop als Hartke, Ampeg, Warwick, SWR, Eden, Ashdown, MarkBass, Genz Benz en Mesa/Boogie. Want die bezuinigen domweg te veel op luidsprekermagneetmateriaal, robuuste voeding, interne bekabeling, behuizing, kortom: alles wat een goed systeem goed en duur maakt. En waar je dus het liefst als eerste op bezuinigt. London City, Crate, Laney, Peavey en Trace Elliott mogen wat mij betreft onmiddelijk hun faillissement aanvragen. Maar dat is een kwestie van smaak. En Behringer is er alleen voor middelbare scholieren die op het niveau van My First Sony willen opereren.
Zodra merken als Epifani ook versterkers gaan bouwen, mogen ze ook in dit rijtje. Want het moet wel compleet te maken kunnen zijn. Alhier houd ik AER, Phil Jones,  … nog even buiten beschouwing. Te specialistisch, te kleinschalig, of te onvindbaar. Wel bijzonder.

Legende Anthony Jackson trekt zich van dit alles niets aan, hij speelt het liefst op het Zwitserse FM Acoustics. Niet zo praktisch, wel fenomenaal. Maar daarom is hij dan ook een legende.

Reacties via Twitter: @studiobronts

yellowBird Live

17 juni 2010

yellowBird deed al baanbrekende dingen. Nu zijn ze een stap verder gegaan en Studio Bronts schreef er weer een gelikte nieuwsbrief bij. Zie ook het vorige item over de yellowBird Newsletter.

logo yellowBird

RVS Leek

7 juni 2010

Samen met Henk van Idea2 was ik vandaag op bezoek bij Roestvrijstaal Industrie Leek. Het rijkste, meest gedetailleerde beeld krijgt men met eigen ogen; derhalve werden wij rondgeleid door directeur Jan Siebe Veenstra.
Henk en Bas waren al begonnen aan ontwerp en techniek, nu was enkel nog glansrijke taal benodigd. Studio Bronts neemt deze schone taak op zich. Verwacht binnenkort een uitgebreide site met veel informatie en achtergronden.

Slijpvonken in fabriekshal RVS Leek - 250px

Extra's

Inhoudsopgave

  • Sticky content
  • Huisstijltaalkunde
  • Copy zoekt Art
  • Gelegenheidsgedichten
  • Aanbevelingen
  • Woorden uit de Sjerp
  • Nieuwsarchief

Engelse ziekte

Slechte gewoonte om samengestelde zelfstandige naamwoorden los te schrijven (gescheiden met spaties). Kan handig zijn bij het verkrijgen van de juiste zoekresultaten in ~opdrachten bij ~machines. Wel gangbaar in het Engels, maar niet in het Nederlands.

Contact

  • Maarten Bronts
  • Groningen, Nederland
  • E-mail: info@studiobronts.com
  • Twitter: StudioBronts

Menu

  • Profiel
  • Projecten
  • Blog
  • Contact

U bent op pagina 650

¶ juni. 2010. StudioBronts.com: tekstontwerp, taaladvies, sticky content etc.